Eiser ontving studiefinanciering van februari tot en met oktober 2023 op basis van een nulurencontract bij een bedrijf. De minister trok de studiefinanciering voor juli 2023 in omdat eiser die maand niet had gewerkt en daarom niet als migrerend werknemer werd aangemerkt. Eiser maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het begrip migrerend werknemer Europeesrechtelijk ruim moet worden uitgelegd en dat een maand vakantie niet automatisch het recht op studiefinanciering uitsluit. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eiser in juli 2023 geen migrerend werknemer zou zijn, ondanks het lopende contract en het feit dat hij na augustus weer werkte.
De rechtbank stelt vast dat rekening houdend met één maand vakantie eiser gemiddeld 29,6 uur per maand heeft gewerkt over de periode februari tot en met oktober 2023, wat voldoet aan de beleidscriteria voor migrerend werknemerschap. Daarom is het besluit tot intrekking van de studiefinanciering voor juli 2023 onvoldoende gemotiveerd en wordt het vernietigd.
De minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen de wettelijke termijn, rekening houdend met deze uitspraak. Eiser krijgt vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend.