Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar van 23 augustus 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft erkend dat de beslistermijn is overschreden en is op 9 januari 2025 in gebreke gesteld. Eiser heeft vervolgens op 20 maart 2025 beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. De rechtbank sluit zich aan bij de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 maart 2025, waarin een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn realistisch wordt geacht. Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk op 20 februari 2026 een besluit op bezwaar moet nemen.
Verder wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor iedere dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank wijst ook de proceskostenvergoeding van € 453,50 toe aan eiser en draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiser te vergoeden.