Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 20 februari 2024 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig een ingebrekestelling en beroep heeft ingediend.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen. Gelet op eerdere jurisprudentie geldt een termijn van twaalf weken na het verweerschrift voor een schriftelijke vooraankondiging, waarvan ten minste zes weken na verzending van de uitspraak op het beroep. Aansluitend moet binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze een besluit worden genomen.
Omdat meer dan zes weken zijn verstreken sinds het verweerschrift, stelt de rechtbank de termijn voor de vooraankondiging op uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000,- opgelegd voor overschrijding van deze termijnen.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €53,- aan eiseres. Er worden geen overige proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter A.A.M. Elzakkers en uitgesproken op 11 juli 2025.