Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Nadat verweerder alsnog een besluit nam, trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde zonder zitting dat verweerder de proceskosten aan verzoekster moet betalen, omdat het beroep was ingetrokken vanwege tegemoetkoming van het bestuursorgaan. De proceskosten werden vastgesteld op €453,50, gebaseerd op het aantal punten voor het indienen van het beroepschrift en de geldende wegingsfactor.
Daarnaast is verweerder verplicht het door verzoekster betaalde griffierecht van €51,- te vergoeden, conform artikel 8:41, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van deze kosten.
De uitspraak is openbaar gedaan op 25 juni 2025 door rechter I. Helmich, zonder aanwezigheid van partijen, en griffier was verhinderd te ondertekenen.