ECLI:NL:RBMNE:2025:3561

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 juli 2025
Publicatiedatum
18 juli 2025
Zaaknummer
UTR 24/6200
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen

Verzoekster heeft op 1 oktober 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen een beschikking lichte toets van de Dienst Toeslagen. Dit beroep is bij brief van 4 juni 2025 ingetrokken, waarbij verzoekster tevens een vergoeding voor haar proceskosten heeft gevraagd. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet gereageerd op dit verzoek.

De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet noodzakelijk werd geacht. Op grond van de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van verzoekster moet betalen indien het beroep is ingetrokken omdat verweerder aan verzoekster tegemoet is gekomen.

Hoewel verweerder niet heeft gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, heeft hij in een verweerschrift van 17 oktober 2024 erkend dat verzoekster in aanmerking komt voor een proceskostenvergoeding. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 453,50, gebaseerd op het indienen van het beroepschrift. Daarnaast is verweerder verplicht het betaalde griffierecht van € 51,- aan verzoekster te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 2 juli 2025.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 453,50 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6200

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [plaats] (Groot Brittannië), verzoekster

(gemachtigde: mr. P.W.E. Ros),
en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingesteld op 1 oktober 2024, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar tegen de beschikking lichte toets met kenmerk UHT-CHR GU.
Verzoekster heeft het beroep bij brief van 4 juni 2025 ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster. Verweerder heeft wel op 17 oktober 2024 een verweerschrift naar aanleiding van het beroep niet tijdig beslissen ingediend, waarin verweerder aangeeft dat verzoekster in aanmerking komt voor een proceskostenvergoeding.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5). [2]
5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Conform de uitspraak van de Afdeling van bijvoorbeeld 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1796.