Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De zaak in het kort
3.De achtergrond van de zaak
4.De beoordeling
Het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt (…) uitgekeerd indien en zolang de deelnemer recht heeft op een uitkering uit hoofde van de W.A.O. doch uiterlijk tot de normale pensioendatum.”Dat hiermee de WAO-hiaatverzekering is bedoeld, zoals [gedaagde] stelt, kan zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet worden vastgesteld. De kantonrechter acht dit ook niet zonder meer aannemelijk, nu voor de WAO-hiaatverzekering een addendum bij het pensioenreglement is opgesteld.
Getekend voor gezien. Zie bijlage.”. In de bijlage heeft zij zich akkoord verklaard met de vaststellingsovereenkomst, met uitzondering van (onder meer) de bepaling dat er geen sprake is van een aanvulling op het loon in het kader van arbeidsongeschiktheid en de bepaling over finale kwijting. [eiser] heeft op de zitting toegelicht dat zij het door haar voor gezien getekende exemplaar met bijlage aan [gedaagde] heeft gestuurd. Omdat [gedaagde] niet heeft gereageerd op de inhoud van de bijlage, ging [eiser] ervan uit dat [gedaagde] de door haar in de bijlage opgenomen aanvullende voorwaarden had geaccepteerd.
getekend voor gezien” en met een bijlage. [gedaagde] heeft een versie overgelegd met de handtekeningen van partijen, zonder de toevoeging en zonder verwijzing naar een bijlage. Nu er twee versies bestaan van de vaststellingsovereenkomst, ligt het op de weg van [eiser] om feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen waaruit kan worden afgeleid dat zij de door haar in het geding gebrachte versie van de vaststellingsovereenkomst aan [gedaagde] heeft gestuurd. [eiser] heeft op de zitting aangegeven dat zij op dit punt een bewijsprobleem heeft, maar dat haar moeder wel zou kunnen verklaren dat zij wist dat het heel belangrijk voor [eiser] was en dat zij de post destijds voor [eiser] heeft weggebracht. De kantonrechter gaat aan dit bewijsaanbod voorbij, omdat hieruit niet kan worden afgeleid dat de moeder van [eiser] iets kan verklaren over de wijze van ondertekening van de vaststellingsovereenkomst door [eiser] en de inhoud van de door haar geposte enveloppe. Dit leidt ertoe dat niet kan worden vastgesteld dat [eiser] de door haar in het geding gebrachte versie met voorbehouden daadwerkelijk aan [gedaagde] heeft gezonden.
€ 1.630 aan salaris gemachtigde (2 punten x € 815) en € 135 aan nakosten.