Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, waarop verweerder niet tijdig heeft beslist. Na ingebrekestelling heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en dat verweerder nog geen besluit heeft genomen.
De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn als realistisch beschouwt. Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk 24 juli 2026 een besluit op bezwaar moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025.