Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks meerdere verzoeken en ingebrekestelling. De rechtbank oordeelt dat eiseres haar bezwaargronden tijdig heeft aangevuld en dat verweerder verplicht is alsnog binnen een redelijke termijn te beslissen.
De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en stelt een termijn van twee weken na verzending van deze uitspraak vast waarbinnen verweerder een besluit moet nemen. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van €100,- opgelegd, met een maximum van €15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.