Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op haar aanvraag van 4 januari 2023 voor aanvullende compensatie bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS). De rechtbank Midden-Nederland is bevoegd om over dit beroep te oordelen.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder op 10 april 2024 in gebreke is gesteld. Eiseres heeft vervolgens op 18 juli 2024 beroep ingesteld. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op alsnog binnen een bepaalde termijn een besluit te nemen.
De rechtbank hanteert een termijn van maximaal zes weken na verzending van deze uitspraak voor het nemen van het besluit, met een dwangsom van €50 per dag bij overschrijding, tot een maximum van €15.000. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling, waarna het onderzoek werd gesloten. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en uitgesproken op 12 februari 2025.