ECLI:NL:RBMNE:2025:3872
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen toepassing kostendelersnorm bij bijstandsuitkering
Eiseres ontving bijstand en het college besloot haar uitkering te verlagen vanwege de kostendelersnorm nadat haar volwassen zoon 27 jaar werd. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat het college onzorgvuldig handelde door niet te wijzen op de mogelijkheid voor haar zoon om bijstand aan te vragen, en dat sprake was van een bijzondere situatie die afstemming van de uitkering vereiste.
De rechtbank oordeelde dat het college de beslissing zorgvuldig had genomen en niet verplicht was om vooraf te wijzen op de bijstandsmogelijkheid voor de zoon. Tevens concludeerde de rechtbank dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een bijzondere situatie die een individuele afstemming rechtvaardigt. De stelling dat de zoon geen inkomen had werd weerlegd door het college, mede doordat de zoon in de relevante periode had gewerkt en later bijstand had aangevraagd.
Verder werd geoordeeld dat de kostendelersnorm dwingendrechtelijk is en dat een evenredigheidstoets niet van toepassing is, tenzij bijzondere omstandigheden aantoonbaar in strijd zijn met algemene rechtsbeginselen, wat hier niet het geval was. Ook werd het beroep op een dwangsom afgewezen omdat de ingebrekestelling prematuur was door een rechtsgeldige verdaging van de beslistermijn. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de toepassing van de kostendelersnorm wordt ongegrond verklaard.