Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst/Toeslagen op haar aanvraag van 23 juni 2022 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres tijdig in beroep is gekomen na ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst alsnog een besluit moet nemen en wijst op de vaste rechtspraak dat de termijn hiervoor niet onnodig lang maar ook niet onrealistisch kort mag zijn. In dit geval geldt een bijzondere situatie waarbij een langere termijn gerechtvaardigd is, conform eerdere uitspraken van de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank legt een termijn vast waarbinnen de Belastingdienst een schriftelijke vooraankondiging moet doen en vervolgens binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van de reactietermijn een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €50 per dag tot maximaal €15.000 opgelegd bij overschrijding van deze termijnen.
Ten slotte wordt de Belastingdienst opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter Elzakkers op 6 februari 2025.