Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2025 op het verzet van
[opposant sub 1.1] en [opposant sub 1.2] ,uit [woonplaats ] , en
[opposant sub 2] ,uit [woonplaats ]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
“Appelanten kunnen zich met de inhoud van het besluit van de gemeente Almere niet verenigen. Appellanten stellen dat het bestreden besluit dient te worden vernietigd, onder meer omdat het besluit onvoldoende is gemotiveerd en het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2 Awb en 3:4 Awb”. Volgens opposanten bevatten de beroepschriften voldoende concrete beroepsgronden omdat niet alleen wordt volstaan met een verwijzing naar wetsartikelen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur, maar ook duidelijk wordt toegelicht dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd.
aangevuld. Daarentegen beschrijft het college in zijn rechtsmiddelenclausule alleen dat de Chw van toepassing is en dat na afloop van de beroepstermijn geen
nieuweberoepsgronden kunnen worden aangevoerd. Volgens opposanten hebben zij na afloop van de beroepstermijn geen nieuwe beroepsgronden aangevoerd, maar uitsluitend de eerder ingediende beroepsgronden nader toegelicht. Bovendien was hen niet duidelijk dat het buiten de beroepstermijn aanvullen van gronden kon leiden tot niet-ontvankelijk verklaring van het beroep omdat het college hen hier in de rechtsmiddelenclausule niet op heeft gewezen. Ter onderbouwing van hun standpunt hebben opposanten in hun verzetschrift gewezen op diverse uitspraken van de Afdeling en diverse rechtbanken.