Uitspraak
zaaknummer: UTR 24/7926
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres betwistte de WOZ-waarde van een multifunctionele evenementen- en vergaderlocatie met restaurant, vastgesteld op €1.752.000,- per 1 januari 2023. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank constateerde dat de beroepsgronden van eiseres onvoldoende concreet en onderbouwd waren, waardoor veel stellingen buiten beschouwing werden gelaten. De heffingsambtenaar had de waarde bepaald met de huurwaardekapitalisatiemethode en de vergelijkingsmethode, maar leverde slechts beperkte onderbouwing, met één referentieobject en onvoldoende gegevens over kenmerken en huurwaardes.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Eiseres had haar lagere waarde ook niet onderbouwd. Daarom stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €1.700.000,-. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen. De rechtbank vernietigde de bestreden uitspraak en bepaalde dat de aanslag dienovereenkomstig wordt verminderd, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vernietigd en schattenderwijs vastgesteld op €1.700.000,- met vermindering van de aanslag en vergoeding van griffierecht en proceskosten.