Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag en stelt dat verweerder niet tijdig op haar bezwaar heeft beslist. Zij heeft verweerder schriftelijk in gebreke gesteld, waarna zij beroep instelde omdat verweerder geen besluit nam binnen de wettelijke termijn.
Verweerder voerde aan dat de ingebrekestelling niet was ontvangen, maar eiseres overlegde een digitale ontvangstbevestiging van de ingebrekestelling. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat verweerder op juiste wijze in gebreke is gesteld.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn, conform de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 11 juni 2025 in Utrecht.