ECLI:NL:RBMNE:2025:4121

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 juli 2025
Publicatiedatum
31 juli 2025
Zaaknummer
25-004791
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • C.A.M. van Straalen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot onttrekking aan het verkeer van voertuig met kilometerblocker en risico op inbreuk op de integriteit van het handelsverkeer

In deze zaak heeft de enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 29 juli 2025 uitspraak gedaan over de vordering van het Openbaar Ministerie tot onttrekking aan het verkeer van een voertuig en een kilometerblocker. De vordering was gebaseerd op artikel 552f van het Wetboek van Strafvordering. De betrokkene, een B.V., was eigenaar van een Seat Arona, waarvan de kilometerstand gemanipuleerd was door een kilometerblocker. De auto was op 27 september 2024 in beslag genomen, en de kilometerblocker was op 10 oktober 2024 ontdekt en in beslag genomen. De officier van justitie vorderde onttrekking aan het verkeer van beide goederen, stellende dat het ongecontroleerde bezit van de kilometerblocker en de auto in strijd was met de wet en het algemeen belang. De betrokkene verzet zich tegen de onttrekking van de auto, maar niet tegen de kilometerblocker.

De raadkamer heeft vastgesteld dat de kilometerblocker inderdaad in strijd is met het algemeen belang en heeft de vordering tot onttrekking daarvan toegewezen. Echter, met betrekking tot de auto oordeelde de raadkamer dat het ongecontroleerde bezit van de auto, na verwijdering van de kilometerblocker, niet in strijd is met de wet of het algemeen belang. De raadkamer concludeerde dat de vordering tot onttrekking van de auto moest worden afgewezen, omdat het bezit van de auto in zijn huidige staat geen gevaar voor de verkeersveiligheid opleverde en niet voldoende inbreuk maakte op de integriteit van het handelsverkeer. De beslissing werd genomen met inachtneming van de relevante wetgeving en de argumenten van beide partijen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Dossiernummer: PL0900-2024306174
Raadkamernummer: 25-004791
Beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de vordering van het Openbaar Ministerie op grond van artikel 552f Wetboek van Strafvordering, gericht tegen:

[betrokkene] B.V.,

gevestigd op het adres [adres] , [postcode] [vestigingsplaats] ,
raadsvrouw: mr. F. Luinstra, advocaat te Utrecht,
hierna te noemen: betrokkene.

Procesgang

De vordering strekt er toe dat de raadkamer, conform het bepaalde in artikel 552f van het Wetboek van Strafvordering (Sv), aan het verkeer onttrekt de volgende in beslag genomen en aan betrokkene toebehorende goederen:
  • een personenauto, Seat Arona, kenteken [kenteken] (goednummer 3367840)
  • een kilometerblocker (goednummer 3446704).
De vordering is op 22 juli 2025 behandeld door de enkelvoudige raadkamer van deze rechtbank. Daarbij zijn gehoord de officier van justitie, mr. W. Streefkerk, en de raadsvrouw van betrokkene. Betrokkene zelf is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
De raadkamer heeft kennis genomen van de inhoud van het dossier (PL0900-2024306174) en van voornoemde vordering.
Op 22 juli 2025 is in raadkamer ook de op voorhand aan partijen toegestuurde beslissing van de meervoudige raadkamer van deze rechtbank met nummer ECLI:NL:RBMNE:2025:2645 en de daarbij gevoegde bijlagen besproken. In het hierna volgende zal daarnaar ook worden verwezen.
Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken:
de auto is op 27 september 2024 op de voet van artikel 94 Sv in beslag genomen onder een ander dan betrokkene;
bij onderzoek aan de auto op 10 oktober 2024 is gebleken dat deze auto was voorzien van een zogenaamde kilometerblocker, waardoor de aangegeven kilometerstand werd gemanipuleerd en onjuist was. De kilometerblocker is uit de auto verwijderd en (afzonderlijk) in beslag genomen.
de auto behoort in eigendom toe aan betrokkene;
betrokkene heeft geen afstand gedaan van de auto.

Standpunten

Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft onttrekking aan het verkeer van de auto en de kilometerblocker gevorderd. De officier van justitie heeft ter onderbouwing van die vordering kort samengevat het volgende aangevoerd.
Het ongecontroleerde bezit van een kilometerblocker is in strijd is met de wet. De kilometerblocker moet daarom worden onttrokken aan het verkeer.
Het ongecontroleerde bezit van de auto is, ook nu de kilometerblocker uit de auto verwijderd is, in strijd met de wet. Door de kilometerblocker is de kilometerstand van de auto gemanipuleerd. Daarmee is sprake (geweest) van het plegen van meerdere strafbare feiten (artikel. 70m WVW, art. 2 lid 3 Besluit voertuigen en art. 3 lid 2 Besluit voertuigen). De kilometerblocker is inmiddels verwijderd, maar de daadwerkelijke kilometerstand van de auto kan niet worden vastgesteld en de gemanipuleerde kilometerstand is nog steeds in de auto aanwezig. Dit maakt dat er, als de auto zou worden teruggegeven, nog steeds sprake is van strijd met artikel 70m WVW. De auto moet daarom worden onttrokken aan het verkeer.
Bovendien is het ongecontroleerde bezit van de auto in de huidige staat in strijd met het algemeen belang. Omdat de kilometerstand een van de belangrijkste factoren is voor het bepalen van de waarde van een voertuig, zou door het teruggeven van de auto die een gemanipuleerde en dus onjuiste kilometerstand heeft, een ernstige inbreuk worden gemaakt op de integriteit van het handelsverkeer en kan fraude worden gepleegd met de auto.
Het is niet mogelijk om via de tellerstandregistratie van de RDW een melding te maken van het feit dat de kilometerstand van de auto onjuist is. Het RDW-oordeel ‘tellerstand onlogisch’ is niet passend in gevallen als het onderhavige, omdat dat oordeel meerdere oorzaken kan hebben, terwijl hier daadwerkelijk is vastgesteld dat de op de teller weergegeven stand is gemanipuleerd.
Ook om deze reden dient de auto te worden onttrokken aan het verkeer.
Het toekennen van een vergoeding aan betrokkene is niet nodig. Betrokkene wordt niet onevenredig zwaar getroffen door de onttrekking aan het verkeer van (de kilometerblocker en) de auto. Van betrokkene mag als verhuurder worden verwacht dat zij goed op de hoogte is van de technische staat van haar voertuigen. Bovendien kan betrokkene kan haar schade via de civiele rechter verhalen op degene die de kilometerblocker heeft ingebouwd en/of de auto aan haar heeft verkocht.
Standpunt van betrokkene
Met betrekking tot de kilometerblocker verzet betrokkene zich niet tegen de onttrekking hiervan aan het verkeer.
De raadsvrouw van betrokkene heeft naar voren gebracht dat betrokkene had geen betrokkenheid had bij de plaatsing van de kilometerblocker en ook geen wetenschap had van de aanwezigheid daarvan in de auto. Betrokkene hoeft de kilometerblocker niet terug.
Met betrekking tot de auto verzet betrokkene zich wel tegen de vordering tot onttrekking aan het verkeer.
De raadsvrouw van betrokkene heeft aangevoerd dat de deskundige in de zaak die heeft geleid tot de eerder genoemde beslissing van de meervoudige raadkamer van deze rechtbank, heeft geoordeeld dat een kilometerblocker de verkeersveiligheid niet in gevaar brengt.
Voorts heeft de manipulatie van de kilometerstand geen invloed heeft op de integriteit van het handelsverkeer. De RDW koppelt volgens de deskundige immers de registratie ‘tellerstand onlogisch’ aan auto’s waarvan de kilometerstand is gemanipuleerd. Dit is kenbaar voor de consument en zal de handelswaarde beïnvloeden.
Namens betrokkene is subsidiair aangevoerd dat betrokkene, indien de raadkamer wel zou overgaan tot toewijzing van de vordering tot onttrekking van de auto aan het verkeer, financieel gecompenseerd zou moeten worden omdat betrokkene daardoor onevenredig zwaar zou worden getroffen.

Beoordeling

Bevoegdheid
In artikel 36b lid 1 onder 4 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is bepaald dat onttrekking aan het verkeer van een in beslag genomen goed kan worden opgelegd bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing op vordering van de officier van justitie. Uit het proces-verbaal blijkt dat de auto aan een Wegenverkeerwetcontrole is onderworpen en vervolgens in beslag is genomen binnen het rechtsgebied van deze rechtbank, zodat de strafzaak in eerste aanleg voor dit gerecht had kunnen worden vervolgd. De raadkamer is daarom op grond van artikel 552f lid 1 van het Wetboek van Strafvordering bevoegd om op de vordering te beslissen.
Ontvankelijkheid
De raadkamer stelt verder vast dat de officier van justitie ter terechtzitting heeft medegedeeld dat de zaak tegen de beslagene is geseponeerd en dat geen vervolging zal worden ingesteld tegen betrokkene, zodat een beslissing op een vordering tot onttrekking aan het verkeer in het kader van een strafvervolging niet meer tot de mogelijkheden behoort. Gelet daarop is het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in haar vordering.
Inhoudelijke beoordeling
Volgens artikel 36c Sr zijn, onder meer, vatbaar voor onttrekking aan het verkeer voorwerpen met betrekking tot welke het strafbare feit is begaan en voor zover zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
Om vatbaar te zijn voor onttrekking aan het verkeer moet dus eerst worden vastgesteld of met betrekking tot de auto en de kilometerblocker een strafbaar feit is begaan.
In artikel 70m van de Wegenverkeerswet (hierna: WVW) is als misdrijf strafbaar gesteld het (laten) manipuleren van de tellerstand van voertuigen op zodanige wijze dat de op de teller aangegeven afstand niet overeenkomt met de door dat motorrijtuig werkelijk afgelegde afstand. In artikel 3 lid 2 (onder verwijzing naar artikel 2 lid 3) van het Besluit Voertuigen is het de eigenaar van een voertuig verboden om dat voertuig te (laten) rijden indien in dat voertuig een apparaat aanwezig is dat geschikt is om de teller van een motorrijtuig stil te zetten, of op andere wijze te manipuleren. Uit het procesdossier blijkt dat de auto was voorzien van een kilometerblocker. Dat is volgens de processen-verbaal een apparaat dat de kilometerstand van de auto kan beïnvloeden. Hiermee is het mogelijk een beperkt gedeelte of in het geheel geen van de daadwerkelijk afgelegde kilometers op de teller te registreren.
Met de betrekking tot de auto en de kilometerblocker zijn dan ook de strafbare feiten van artikel 70m WVW en artikel 3 lid 2 Besluit Voertuigen begaan.
Om de vordering tot onttrekking aan het verkeer te kunnen toewijzen moet vervolgens de vraag worden beantwoord of de auto en de kilometerblocker van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
Met betrekking tot de kilometerblocker
De raadkamer is van oordeel dat het ongecontroleerde bezit van de kilometerblocker in strijd is met het algemeen belang, omdat deze gebruikt kan worden om de strafbare feiten te plegen zoals hiervoor genoemd. De vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van de kilometerblocker zal daarom worden toegewezen.
Met betrekking tot de auto
Anders dan de officier van justitie is de raadkamer van oordeel dat het ongecontroleerde bezit van de auto in zijn huidige staat, na verwijdering van de kilometerblocker, niet in strijd is met de wet. In artikel 70m WVW is immers niet het in het bezit hebben van een auto met een gemanipuleerde kilometerstand strafbaar gesteld, maar alleen het zodanig wijzigen of doen wijzigen of de werking van de kilometerteller zodanig beïnvloeden dat de op de teller aangegeven stand niet overeenkomt met de door dat motorrijtuig werkelijk afgelegde afstand. Dat betekent dat teruggave van de auto dus geen strijd met artikel 70m WVW oplevert, zoals de officier van justitie stelt.
Met betrekking tot de beantwoording van de vraag of het ongecontroleerde bezit van de auto in strijd is met het algemeen belang (vanwege de verkeersveiligheid en/of de integriteit van het handelsverkeer) zal de raadkamer hierna uitleggen tot welk oordeel zij komt.
De raadkamer stelt voorop dat onttrekking aan het verkeer van een voorwerp een ingrijpende maatregel is, vanwege de inbreuk die daarmee wordt gemaakt op het eigendomsrecht.
Uit de Memorie van Toelichting volgt dat de maatregel niet mag uitgroeien tot een verkapte straf en dat de maatregel moet worden beperkt tot voorwerpen die in handen van het publiek algemeen
gevaarlijkzijn. Daarnaast is de aard van het voorwerp van belang, in die zin dat het moet gaan om een voorwerp waarvan het ongecontroleerde bezit, al dan niet in samenhang met het redelijkerwijs te verwachten gebruik daarvan, juist in verband met die aard in strijd is met de wet of het algemeen belang.
De raadkamer is van oordeel dat een auto naar zijn aard in beginsel niet in strijd is met het algemeen belang. De vraag is of het feit dat een kilometerblocker in de auto heeft gezeten dit anders maakt, vanwege een inbreuk op de verkeersveiligheid of, zoals de officier van justitie stelt, vanwege een inbreuk op de integriteit van het handelsverkeer.
Bij het oordeel daarover heeft de raadkamer onder meer betrokken de beantwoording van de vragen door de deskundige en het memo van de RDW, zoals gevoegd bij de eerder genoemde beslissing van de meervoudige raadkamer van deze rechtbank, zoals ter zitting besproken.
De verkeersveiligheid
De raadkamer leidt hieruit – net als de officier van justitie - af dat het feit dat er een kilometerblocker in de auto heeft gezeten, geen gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid, zelfs als het daadwerkelijke aantal met de auto gereden kilometers na verwijdering van de kilometerblocker niet meer kan worden vastgesteld.
Volgens de deskundige geldt dit zowel voor auto’s die nog geen Algemene Periodieke Keuring (APK) moeten ondergaan, als voor auto’s die wel APK-plichtig zijn. Ook is er volgens de deskundige geen verschil in verkeersveiligheid tussen auto’s waarin een kilometerblocker heeft gezeten en auto’s waarvan de kilometerstand om een andere reden als ‘onlogisch’ wordt beoordeeld. Bij een APK zal afwezigheid van een kilometerteller of een niet goed werkende kilometerteller daarom geen reden zijn om de auto af te keuren. De Regeling voertuigen schrijft ook niet voor dat een auto moet beschikken over een (werkende) kilometerteller.
Gelet hierop is de raadkamer van oordeel dat de omstandigheid dat er een kilometerblocker in de auto heeft gezeten, vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid niet tot gevolg heeft dat het bezit van de auto in strijd is met het algemeen belang.
De integriteit van het handelsverkeer
De raadkamer ziet zich verder gesteld voor de vraag of het in het verkeer laten van een auto die eerder was voorzien een kilometerblocker een zodanige aantasting van de integriteit van het handelsverkeer kan vormen, dat geoordeeld moet worden dat het ongecontroleerde bezit van die auto in strijd is met het algemeen belang.
De raadkamer stelt voorop dat de waarde van een auto in belangrijke mate mede wordt bepaald door het aantal gereden kilometers. Teneinde fraude met tellerstanden te beperken worden deze bij de RDW periodiek bijgehouden. Aan de registratie van tellerstanden verbindt de RDW een oordeel. Dit kan zijn ‘logisch’, ‘onlogisch’ of ‘geen oordeel’. De koper van een tweedehands auto kan zich daarmee een beeld vormen van de betrouwbaarheid van de kilometerstand en of er bijvoorbeeld aanleiding is om van de aankoop af te zien dan wel dat nader onderzoek geboden is. Er kunnen verschillende redenen ten grondslag liggen aan het oordeel ‘onlogisch’ of ‘geen oordeel’. Zo worden bijvoorbeeld alle importauto’s voorzien van de tellerstandregistratie ‘geen oordeel’.
De omstandigheid dat er ook andere auto’s in omloop zijn waarvan het RDW-oordeel over de tellerstand ‘onlogisch’ of ‘geen oordeel’ is, zoals blijkt uit de verklaring van de deskundige en uit de memo van de RDW, geeft naar het oordeel van de raadkamer aan dat het enkele feit dat de kilometerstand niet meer te achterhalen is, op zichzelf niet een zodanige inbreuk op de integriteit van het handelsverkeer oplevert dat die de onttrekking aan het verkeer rechtvaardigt. Dit is niet anders in gevallen waarin daadwerkelijk is vastgesteld dat de op de teller weergegeven kilometerstand onjuist is.
Ondanks het gebruik van een kilometerblocker kan de kilometerstand van de auto echter toch ook het RDW-oordeel ‘logisch’ krijgen. Dit oordeel wordt namelijk gegeven in die gevallen waarin de kilometerstand regelmatig oploopt. En dat kan ook bij gebruik van een kilometerblocker het geval zijn. Het oordeel over de tellerstand zal in dat geval geen indicatie zijn voor de omstandigheid dat de kilometerstand gemanipuleerd is. Weliswaar heeft een koper van een tweedehandsauto een onderzoeksplicht, maar die gaat niet zover dat buiten raadpleging van de kilometerstand bij de RDW hij nog ander onderzoek zal moeten doen naar mogelijke manipulaties, door bijvoorbeeld uitlezing van de boordcomputer van het voertuig. De omstandigheid dat een kilometerblocker in een auto heeft gezeten, zal gelet hierop niet altijd blijken uit het RDW-oordeel over de tellerstanden.
In deze gevallen levert toepassing van een kilometerblocker ook na verwijdering daardoor het risico op een inbreuk op de integriteit van het handelsverkeer op. Dit risico zal zich verwezenlijken als betrokkene en/of eventuele opvolgende eigenaren bij een toekomstige verkoop van de auto niet voldoen aan hun verplichting als verkoper om de koper op de hoogte te stellen van het hen bekende gebrek aan de auto: dat de kilometerstand niet klopt omdat er een kilometerblocker in de auto heeft gezeten.
Naar het oordeel van de raadkamer brengt dit echter nog niet mee dat het ongecontroleerde bezit van de auto in strijd is met het algemeen belang. De raadkamer neemt daarbij in aanmerking dat de auto naar zijn aard geen gevaarlijk voorwerp is en in zijn huidige staat ook geen gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert. Niet elke inbreuk op de integriteit van het handelsverkeer, of het risico daarvoor, levert een (voldoende) strafvorderlijk belang op om een voorwerp aan het verkeer te onttrekken. In het handelsverkeer zijn immers vele voorwerpen in omloop waaraan een verborgen gebrek kleeft.
Bovendien wordt blijkens het memo van de RDW gewerkt aan een technische en juridische mogelijkheid om bij de tellerstandregistratie ‘geen oordeel’ een toelichting op te nemen waarin wordt vermeld dat het gaat om ‘vastgestelde tellermanipulatie’ of ‘aangetroffen apparatuur voor tellermanipulatie’.
Conclusie
Gelet op het voorgaande is de raadkamer van oordeel dat het ongecontroleerde bezit van de auto niet in strijd is met de wet of het algemeen belang. De vordering tot onttrekking aan het verkeer van de auto zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De raadkamer:
-
wijst toede vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van de kilometerblocker met goednummer 3446704;
- verklaart de kilometerblocker met goednummer 3446704 onttrokken aan het verkeer;
-
wijst afde vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van de Seat Arona, kenteken [kenteken] met goednummer 3367840.
Deze beslissing is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen, rechter, als lid van de enkelvoudige raadkamer, in tegenwoordigheid van E.E. van Wiggen, griffier en uitgesproken ter openbare zitting van de enkelvoudige raadkamer in deze rechtbank van 29 juli 2025.
Tegen deze beslissing staat voor het openbaar ministerie en betrokkene beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na de dagtekening der beslissing.