Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 6 maart 2024.
De rechtbank volgt de recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en bepaalt dat verweerder uiterlijk binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen. Omdat sprake is van een bijzonder geval, is deze termijn verlengd tot 60 weken na het verlopen van de wettelijke beslistermijn.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-. De rechtbank acht een hogere dwangsom niet nodig vanwege het ontbreken van weigerachtigheid en het belang van eiseres.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten van € 453,50 en tot terugbetaling van het griffierecht van € 53,- aan eiseres. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.