Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 26 december 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Eerder had de rechtbank op 29 mei 2024 een termijn gesteld voor het nemen van een besluit, maar verweerder heeft niet voldaan aan deze verplichting.
De rechtbank constateert dat de wettelijke beslistermijn is verstreken en dat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen. Gezien de bijzondere omstandigheden en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 maart 2025, wordt een nadere beslistermijn van twee weken na verzending van deze uitspraak vastgesteld.
De rechtbank legt een dwangsom op van €50 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler op 28 juli 2025.