Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, waarop eiseres beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en bepaalt een nieuwe beslistermijn van maximaal zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn, met een uiterste datum van 7 mei 2026 voor het nemen van het besluit op bezwaar. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het door haar betaalde griffierecht. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.