Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, waarop verweerder niet tijdig heeft beslist. Na ingebrekestelling op 19 april 2025 stelde eiseres op 8 mei 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en dat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke termijn als realistisch beschouwt.
Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk 2 april 2026 een besluit op bezwaar moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad €453,50 en het griffierecht van €53,-. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.