ECLI:NL:RBMNE:2025:4337
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Uitstel van voorwaardelijke invrijheidstelling wegens onvoldoende risicobeheersing en woonplek
Veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, waarvan de tenuitvoerlegging in februari 2018 is gestart. Recht op voorwaardelijke invrijheidstelling ontstond oorspronkelijk in oktober 2024, maar werd uitgesteld vanwege het ontbreken van een rechtmatig verblijf. Na wijziging van de verblijfstitel in februari 2025 kwam veroordeelde opnieuw in aanmerking.
De reclassering rapporteerde dat het recidiverisico op dat moment onvoldoende kan worden beperkt met voorwaarden, mede door het ontbreken van een geschikte woonplek en het lopende psychologisch onderzoek door De Waag. De psycholoog verwachtte binnen enkele weken een rapport op te leveren. De Tussenvoorziening voor begeleid wonen kan pas overgaan tot plaatsing na verlenging van de verblijfsvergunning en het psychologisch rapport.
De officier van justitie vorderde uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor 120 dagen, terwijl de verdediging een termijn van 60 dagen bepleitte. De rechtbank oordeelde dat het recidiverisico onvoldoende kan worden ingeperkt en dat de woonplek nog niet beschikbaar is. Daarom werd het uitstel gedeeltelijk toegewezen voor 90 dagen, met een nieuwe datum van voorwaardelijke invrijheidstelling op 18 oktober 2025.
Uitkomst: De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt uitgesteld met 90 dagen tot 18 oktober 2025.