Uitspraak
1.De procedure
- mr. C.C. Polat;
- mr. L.C. Michon;
- mr. C.S.K. Fung Fen Chung;
- mr. K. de Meulder.
Rechtbank Midden-Nederland
Op 30 januari 2025 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechters L.C. Michon, C.S.K. Fung Fen Chung en K. de Meulder van de rechtbank Midden-Nederland. Het verzoek betrof een beslissing om het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten zonder toestemming van de gemachtigde raadsman, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging.
De wrakingskamer behandelde het verzoek openbaar en oordeelde dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nooit grond kan vormen voor wraking, ook niet als de motivering onjuist of onbegrijpelijk is. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Alleen wanneer de motivering objectief niet anders kan worden uitgelegd dan als blijk van vooringenomenheid, kan wraking worden toegewezen.
In deze zaak was geen sprake van vooringenomenheid. De motivering van de rechters was volgens de wrakingskamer begrijpelijk en objectief. Ook als de interpretatie van artikel 314 lid 2 Sv Pro door de rechters anders zou zijn dan die van de Hoge Raad, vormt dit geen grond voor wraking. De advocaat van verzoeker kan dit betoog eventueel in hoger beroep aanvoeren.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek ongegrond, beval voortzetting van de procedure in de stand van schorsing en bepaalde dat de beslissing aan alle betrokken partijen wordt toegezonden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt ongegrond verklaard en de strafprocedure wordt voortgezet.