Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op haar bezwaar van 3 november 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij eerdere uitspraak van 11 juli 2024 een termijn gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen, maar deze termijn is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen.
De rechtbank stelt vast dat meer dan zestig weken zijn verstreken sinds het verstrijken van de wettelijke beslistermijn op 18 maart 2024. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van twee weken na verzending van deze uitspraak als realistisch beschouwt.
Daarom wordt verweerder opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
De rechtbank acht geen reden om af te wijken van het standaardbeleid voor dwangsommen, mede gelet op het ontbreken van weigerachtigheid bij verweerder en het belang van eiseres. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt verplicht het besluit alsnog te nemen binnen de gestelde termijn.