Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had eerder een termijn gesteld voor het nemen van een besluit, maar deze is verstreken zonder dat verweerder heeft beslist.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen. Dit volgt de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke termijn als realistisch beschouwt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
De rechtbank acht een hogere dwangsom niet nodig vanwege het ontbreken van weigerachtigheid en het belang van eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter A.M. den Dulk en griffier M.L. Bressers op 11 augustus 2025.