Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 18 oktober 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij een eerdere uitspraak van 26 juli 2024 een termijn gesteld waarbinnen verweerder een besluit moest nemen. Deze termijn is inmiddels verstreken zonder dat verweerder heeft beslist.
De rechtbank stelt vast dat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen en verklaart het beroep daarom gegrond. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar moet nemen. Daarbij wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over een realistische beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn. Omdat in deze zaak al meer dan zestig weken zijn verstreken, geldt een termijn van twee weken na verzending van de uitspraak.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de proceskosten van eiseres en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De rechtbank ziet geen reden om een hogere dwangsom op te leggen vanwege het ontbreken van weigerachtigheid bij verweerder en het belang van eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter A.M. den Dulk en uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2025.