Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Dienst Toeslagen op zijn aanvraag van 11 oktober 2022 voor aanvullende compensatie voor werkelijke schade. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden, wat niet in geschil is. Na ingebrekestelling op 25 april 2024 en het instellen van beroep op 25 juli 2024, heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Dit is gebaseerd op de toepasselijke wettelijke kaders en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij voor aanvragen aanvullende compensatie geen vooraankondiging verplicht is en daarom geen extra termijn nodig is.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag met een maximum van €15.000 voor het geval verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 11 februari 2025.