ECLI:NL:RBMNE:2025:4382
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eerste arbeidsongeschiktheidsdag ex-werkneemster door UWV
Eiseres, voormalig werkgever van een ex-werkneemster, betwist het besluit van het UWV waarin de eerste arbeidsongeschiktheidsdag van de ex-werkneemster is vastgesteld op 11 juli 2022. De ex-werkneemster was na haar dienstverband bij eiseres werkzaam bij twee andere werkgevers, waarbij het dienstverband bij de laatste werkgever eindigde vanwege ziekte. Het UWV stelde vast dat de arbeidsongeschiktheid reeds op 11 juli 2022 was ingetreden, wat eiseres aansprakelijk maakt voor de uitvoering van de Ziektewet.
Eiseres voerde aan dat de arbeidsongeschiktheid eerder was begonnen, onder meer omdat de ex-werkneemster al in het tweede kwartaal van 2022 gezondheidsklachten had en ook bij haar vorige werkgever niet goed functioneerde. Volgens eiseres had het UWV onvoldoende onderzoek gedaan en lag de bewijslast bij het UWV. De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende en deugdelijk had gemotiveerd waarom 11 juli 2022 als eerste arbeidsongeschiktheidsdag geldt, mede gelet op vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep had toegelicht dat op 11 juli 2022 duidelijk was dat de ex-werkneemster niet kon werken en dat eerdere klachten niet voldoende bewijs boden voor een eerdere arbeidsongeschiktheid. Eiseres had onvoldoende onderbouwd dat de arbeidsongeschiktheid vóór haar indiensttreding was aangevangen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de vaststelling van het UWV, waarbij eiseres geen recht had op terugbetaling van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 11 juli 2022 is ongegrond verklaard.