ECLI:NL:CRVB:2018:1472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep op latere toename arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellante ontving een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA voor de periode van 22 december 2011 tot 19 oktober 2012 vanwege arbeidsongeschiktheid door opname in een verslavingskliniek. Na beëindiging van deze uitkering per 11 december 2012, meldde zij op 8 september 2014 een toename van haar arbeidsongeschiktheid met terugwerkende kracht tot 31 oktober 2013. Het UWV kende haar daarop een WGA-loonaanvullingsuitkering toe met ingang van die datum, maar verklaarde het bezwaar tegen deze ingangsdatum ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de bewijsvoering onvoldoende was om een eerdere toename van arbeidsongeschiktheid aan te tonen. De medische rapporten en behandelplannen uit de periode na 11 december 2012 boden geen aanwijzingen voor een eerdere verslechtering. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische klachten en verslavingsproblematiek al eerder bestonden en dat de uitkering vanaf februari 2013 had moeten ingaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het eerdere besluit van het UWV over de mate van arbeidsongeschiktheid per 11 december 2012 onherroepelijk is en dat de latere melding van toename van arbeidsongeschiktheid volgens vaste rechtspraak het bewijsrisico bij appellante legt. Aangezien zij geen nieuwe medische informatie overlegde die een eerdere toename aantoonde, werd het hoger beroep verworpen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.