Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:4403

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 juli 2025
Publicatiedatum
14 augustus 2025
Zaaknummer
16/110308-24
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 3 OpiumwetArt. 47 lid 1 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van opslag en handel in grote hoeveelheden hard- en softdrugs

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 30 juli 2025 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben van circa 491,8 gram MDMA en ruim 94 kilogram hasj en hennep in een opslagbox in Utrecht.

De tenlastelegging werd gewijzigd en betrof het bezit van deze drugs op 27 maart 2024, al dan niet samen met anderen. De officier van justitie en de verdediging vorderden beiden vrijspraak, waarbij de officier van justitie stelde dat het bewijs onvoldoende was om schuld aan te tonen.

De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte wist van de aanwezigheid van de drugs in de door hem gehuurde opslagbox. Verdachte had wel de sleutel en verhuurde de opslagbox aan een medeverdachte, maar er was geen bewijs dat hij de opslagbox gebruikte terwijl de drugs aanwezig waren of dat hij wist wat er opgeslagen lag.

De drugs waren bovendien goed verborgen in een aggregaat, container en accubak van een vorkheftruck, wat het bewijs tegen verdachte verder ondermijnde. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van het bezit van grote hoeveelheden hard- en softdrugs.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.110308.24 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 30 juli 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] [plaats] ,
hierna: verdachte.

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 16 juli 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J. Boon en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.D.A. van Boom, advocaat in Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
1.
op 27 maart 2024 in Utrecht, samen met een ander of anderen, opzettelijk ongeveer 491,8 gram MDMA aanwezig heeft gehad;
2.
op 27 maart 2024 in Utrecht, samen met een ander of anderen, opzettelijk ongeveer 42 kilogram hasj en 52,202 kilogram hennep aanwezig heeft gehad.

3.VOORVRAGEN

Voordat de rechtbank een inhoudelijke beslissing kan nemen in de zaak tegen verdachte, moet zij eerst kijken of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan. Dat is het geval: de dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om deze zaak te beoordelen, de officier van justitie mag verdachte vervolgen en er zijn geen redenen om de vervolging uit te stellen.

4.VRIJSPRAAK

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd omdat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is te bewijzen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken.
Dat verdachte ervan op de hoogte was dat in de door hem gehuurde opslagbox verdovende middelen lagen opgeslagen, kan niet worden vastgesteld. Verdachte heeft verklaard dat hij de sleutel van opslagbox [nummer] had, dat hij daar toegang toe had en dat hij de opslagbox aan medeverdachte [medeverdachte] verhuurde. Dat verdachte in de opslagbox is geweest terwijl die in gebruik was bij de medeverdachte of dat verdachte wist welke spullen de medeverdachte daar had opgeslagen, is niet gebleken. De rechtbank neemt in aanmerking dat de drugs goed waren verstopt: in een aggregaat, in een container en in de accubak van een vorkheftruck.

5.BESLISSING

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en
spreektverdachte daarvan
vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.M. Lemmen, voorzitter, mrs. S.M. van Lieshout en S. Ourahma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Scholten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 juli 2025.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 27 maart 2024 te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en
in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk aanwezig heeft
gehad
ongeveer 491,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die
wet;
( art 2 ahf Pro/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
2
hij op of omstreeks 27 maart 2024 te Utrecht, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 42 kilogram hasj, in elk geval
een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast
mengsel van hennephars en plantaardige elementen
van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd
(hasjiesj), en/of 52,202 kilogram hennep, in elk geval een hoeveelheid
van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (een)
middel(len) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan
wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
( art 3 ahf Pro/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )