Eiseres heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 16 maart 2023 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden en is op 1 augustus 2024 in gebreke gesteld. Eiseres heeft vervolgens op 16 september 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. De rechtbank legt een termijn van uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak vast voor het nemen van het besluit, omdat de wettelijke termijn van twaalf weken na het verweerschrift inmiddels is verstreken.
Daarnaast bepaalt de rechtbank een dwangsom van € 50,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor het geval verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 453,50 en het betaalde griffierecht van € 51,-. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 12 februari 2025.