ECLI:NL:RBMNE:2025:4462
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verklaring van geen bezwaar vanwege risico ongewenste beïnvloeding
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de intrekking van een eerder verleende verklaring van geen bezwaar (VGB) aan eiseres, vanwege een risico op ongewenste beïnvloeding vanuit haar partner die een bestuursfunctie had binnen een inmiddels verboden motorclub. De minister trok de VGB in na een regulier herhaalonderzoek en verklaarde het bezwaar van eiseres ongegrond. Eiseres betwistte de intrekking en voerde aan dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke contacten van haar partner en dat het risico op beïnvloeding niet concreet was onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht heeft vastgesteld dat onvoldoende waarborgen bestaan dat eiseres haar vertrouwensfunctie onafhankelijk kan vervullen, mede gelet op het bestuurslidmaatschap van haar partner en diens contacten met (oud-)leden en familie van de verboden motorclub. De minister heeft daarbij het criterium van onafhankelijkheid en het risico op ongewenste beïnvloeding getoetst aan de Beleidsregels. De rechtbank vond dat de minister voldoende feiten en omstandigheden had betrokken, waaronder vertrouwelijke AIVD-informatie.
Verder stelde eiseres dat de intrekking disproportioneel was vanwege de financiële gevolgen, maar de rechtbank vond dat de minister een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt waarbij het belang van de nationale veiligheid zwaarder woog dan het belang van eiseres. Ook werd overwogen dat eiseres voldoende mogelijkheden heeft om elders te werken waarvoor geen VGB vereist is. Ten slotte werd het beroep op schending van artikel 8 EVRM Pro verworpen omdat de wettelijke grondslag en proportionaliteit van het veiligheidsonderzoek waren gewaarborgd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de intrekking van de VGB in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler op 28 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verklaring van geen bezwaar is ongegrond verklaard en de intrekking blijft in stand.