Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Dienst Toeslagen op haar bezwaar van 14 mei 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft erkend dat de beslistermijn is overschreden en is op 14 november 2024 in gebreke gesteld. Eiseres heeft vervolgens tijdig beroep ingesteld op 9 december 2024.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. Gezien de complexiteit van de zaak en eerdere jurisprudentie stelt de rechtbank een realistische beslistermijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift vast, wat neerkomt op uiterlijk 6 oktober 2025.
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt een dwangsom van €50,- geldt, met een maximum van €15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€453,50) en het betaalde griffierecht (€51,-).