Eiser heeft een aanvraag voor een WIA-uitkering ingediend wegens vermeende toegenomen beperkingen na een scooterongeluk in 2017. Het UWV wees deze aanvraag af omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn en de vermeende toename van beperkingen niet voortkomt uit dezelfde ziekteoorzaak als tijdens de wachttijd.
De rechtbank beoordeelt of er sprake is van toegenomen beperkingen uit dezelfde oorzaak binnen vijf jaar na afloop van de wachttijd. Hoewel het UWV het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep niet volledig heeft gevolgd, wordt het motiveringsgebrek gepasseerd omdat de aanvullende toelichting tijdens de zitting voldoende was.
Medische rapportages tonen geen onderbouwing voor een toename van beperkingen; klachten zoals knieproblemen vallen buiten de beoordeling vanwege een andere oorzaak. De rechtbank concludeert dat het UWV terecht de aanvraag heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond.
Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser vanwege het motiveringsgebrek in het bestreden besluit.