Appellant meldde zich aanvankelijk ziek met psychische klachten en psoriasis, later met neurologische klachten door meningitis veroorzaakt door HIV. Het UWV weigerde aanvankelijk een WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Later werd een nieuwe aanvraag afgewezen omdat de klachten per 2016 zouden voortkomen uit een andere ziekteoorzaak dan eerder.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de toegenomen klachten niet medisch onderbouwd samenhangen met eerdere aandoeningen. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat psoriasis en psychische klachten voortvloeien uit een verzwakt immuunsysteem door HIV.
De Raad benoemde een deskundige die concludeerde dat er sprake is van toegenomen beperkingen door psoriasis, die verband houdt met eerdere ziekte, maar dat het UWV niet buiten twijfel heeft gesteld dat de toegenomen arbeidsongeschiktheid een andere oorzaak heeft.
De Raad oordeelt dat het UWV-besluit op een onjuiste medische grondslag berust, vernietigt het besluit en beveelt een nieuwe beslissing. Tevens wordt de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van € 2.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn en worden proceskosten toegewezen.