Uitspraak
1.de vennootschap onder firma [gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2] ,
[gedaagde sub 3] ,
[gedaagde sub 4],
[gedaagde sub 5],
1.De procedure
2.De beoordeling
.De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kort geding procedure vordert een buitenlandse vrachtwagenchauffeur betaling van achterstallig salaris, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente, van een vennootschap onder firma en haar vennoten. De werknemer heeft in 2022 voor de vennootschap gewerkt. De gedaagde partijen zijn niet verschenen en hebben geen verweer gevoerd, waarna verstek is verleend.
De kantonrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is. Het spoedeisend belang van de eiser is voldoende onderbouwd, mede omdat hij geld heeft moeten lenen vanwege het niet ontvangen loon. De vorderingen worden toegewezen, waarbij de wettelijke rente over de wettelijke verhoging wordt toegekend vanaf de dag van dagvaarding.
De gedaagde partijen worden veroordeeld tot betaling van het loon, de wettelijke verhoging, de wettelijke rente en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De loonvordering van de buitenlandse werknemer wordt toegewezen en de gedaagde vennootschap wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging, rente en proceskosten.