Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen alsnog binnen een realistische termijn een besluit te nemen.
De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn aanhoudt. Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk 30 juni 2026 een besluit moet nemen op het bezwaar van eiseres.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het griffierecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar op 29 augustus 2025.