Betrokkene kreeg een boete van €350 voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 30 december 2022 in Utrecht. De boete werd op 20 maart 2023 verhoogd met 50% (€175). Betrokkene diende het administratief beroep te laat in, namelijk op 27 februari 2023, terwijl de termijn op 21 februari 2023 eindigde. De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
De kantonrechter beoordeelde of de termijnoverschrijding verschoonbaar was, waarbij betrokkene verschillende redenen gaf, zoals een knieblessure door mishandeling en de zorg voor twee gehandicapte kinderen. De kantonrechter oordeelde dat de overschrijding niet verschoonbaar was, mede omdat betrokkene geen hulp had gezocht en wisselende verklaringen gaf.
Daarnaast stelde de kantonrechter vast dat de boeteverhoging onrechtmatig was, omdat deze alleen mag plaatsvinden nadat de sanctie onherroepelijk is geworden, wat hier niet het geval was. Hoewel de officier van justitie bevoegd is om de verhoging zelf ongedaan te maken, werd dit niet gedaan. De kantonrechter maakte daarom de verhoging ongedaan, ondanks dat dit formeel niet zijn bevoegdheid is.
De kantonrechter verzoekt het OM en CJIB hun werkwijze aan te passen zodat dergelijke onrechtmatige verhogingen administratief kunnen worden gecorrigeerd zonder tussenkomst van de rechter. De uitspraak werd op 26 augustus 2025 gedaan, waarbij het beroep ongegrond werd verklaard en de boeteverhoging werd teruggedraaid.