Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 26 oktober 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank Midden-Nederland is bevoegd om over het beroep te oordelen nadat het was doorgestuurd vanuit Amsterdam.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn op 3 april 2023 is verstreken en inmiddels meer dan zestig weken zijn verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken hanteert en bij overschrijding daarvan een termijn van twee weken na uitspraak voorschrijft.
De rechtbank bepaalt dat verweerder uiterlijk binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen. Daarnaast legt zij een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank volgt hierbij het eigen beleid en ziet geen reden voor een hogere dwangsom, mede gezien het ontbreken van weigerachtigheid bij verweerder.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 453,50) en het betaalde griffierecht (€ 53,-). De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.