Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder erkent de overschrijding van de beslistermijn. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken hanteert en bij overschrijding daarvan een termijn van twee weken na uitspraak stelt.
In deze zaak is de wettelijke beslistermijn op 3 september 2023 verstreken en zijn meer dan zestig weken verstreken sinds die datum. Daarom bepaalt de rechtbank dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 53,-. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit en sluit het onderzoek zonder zitting af omdat partijen geen gebruik maakten van het recht op een hoorzitting.