Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Dienst Toeslagen op haar bezwaar van 9 november 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij een eerdere uitspraak van 1 augustus 2024 reeds vastgesteld dat verweerder niet tijdig had beslist en een termijn gesteld tot uiterlijk 17 oktober 2024.
De rechtbank constateert dat deze termijn is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen. Omdat meer dan zestig weken zijn verstreken sinds het verstrijken van de wettelijke beslistermijn, bepaalt de rechtbank dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. De rechtbank motiveert de hoogte van de dwangsom aan de hand van het beleid van de rechtspraak en het ontbreken van weigerachtigheid bij verweerder.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€453,50) en het griffierecht (€53). De uitspraak is gedaan door rechter M. van der Knijff en griffier A. Wilpstra-Foppen op 1 september 2025.