ECLI:NL:RBMNE:2025:5053
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing te late aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Eiser heeft op 6 juni 2024 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag, ruim na de sluitingsdatum van 1 januari 2024 zoals gesteld in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Dienst Toeslagen wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit in bezwaar. Eiser voerde aan dat zijn psychische en lichamelijke klachten, financiële problemen en echtscheiding hem verhinderden tijdig aan te melden.
De rechtbank overweegt dat de wettelijke termijn een harde deadline is en dat toetsing aan het evenredigheidsbeginsel niet mogelijk is vanwege het toetsingsverbod op formele wetten. De ruime aanmeldperiode van ruim drieënhalf jaar weerspiegelt de afweging van de wetgever om zoveel mogelijk gedupeerden te bereiken. De omstandigheden van eiser, waaronder zijn klachten en onwetendheid over de termijn, zijn onvoldoende om een verschoonbare termijnoverschrijding aan te nemen.
De rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie dat de hardheidsclausule alleen geldt bij schrijnende, actuele omstandigheden zoals ernstige medische nood of structurele financiële problemen. Eiser was niet onder behandeling tijdens de aanvraagperiode en kon zich via diverse laagdrempelige kanalen informeren. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat vergelijkbare gevallen anders zijn beoordeeld vanwege opname in een GZ-instelling.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst zij het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de te laat ingediende aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag wordt ongegrond verklaard.