De rechtbank Midden-Nederland heeft op 27 augustus 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die tussen 23 en 26 april 2025 meerdere goederen, waaronder elektrische fietsen, uit een gezamenlijke garage in Woerden heeft gestolen. Daarnaast heeft hij in dezelfde periode meerdere deuren, deurposten en sloten van het woningcomplex beschadigd door deze te proberen open te wrikken.
De verdachte bekende de feiten en werd veroordeeld voor diefstal en opzettelijke beschadiging. De tenlastelegging van heling van schoenen en een jas werd bewezen verklaard, maar de rechtbank sprak de verdachte daarvan vrij omdat hij deze goederen zelf had gestolen, waardoor heling niet van toepassing is.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van vijf maanden op, met aftrek van de tijd in voorarrest. Bij de strafoplegging werden de ernst van de feiten, de recidive van de verdachte en de omstandigheden van de aanhouding meegewogen. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid over de vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Daarnaast werd een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 dagen ten uitvoer gelegd vanwege het plegen van nieuwe strafbare feiten binnen de proeftijd. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven zodra de duur van de voorlopige hechtenis gelijk is aan de opgelegde straf.