ECLI:NL:RBMNE:2025:5092
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering kwijtschelding openstaande uitkeringsvordering UWV
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn tweede verzoek tot kwijtschelding van een openstaande vordering van ruim €170.000,- af te wijzen. Het UWV had de afloscapaciteit van eiser vastgesteld op €0,- en een betalingsregeling van €10,- per maand getroffen. Eiser stelde dat hij al vijf jaar aan zijn betalingsverplichting had voldaan en daarom recht had op kwijtschelding.
De rechtbank oordeelt dat eiser pas na vijf aaneengesloten jaren van aflossing recht kan hebben op kwijtschelding. Omdat eiser pas in april 2024 met aflossingen is begonnen, kan dit pas in 2029 aan de orde zijn. Het ineens betalen van een bedrag dat overeenkomt met vijf jaar termijnbedragen verandert hier niets aan. Ook is geen sprake van dringende redenen die tot kwijtschelding kunnen leiden, aangezien het besluit tot terugvordering nog niet onherroepelijk is en de beleidsregel geen ruimte biedt voor belangenafweging bij kwijtscheldingsverzoeken tijdens het invorderingstraject.
De rechtbank bevestigt dat het UWV voldoende rekening heeft gehouden met de financiële situatie van eiser door de afloscapaciteit op nul te stellen en een passende betalingsregeling te treffen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en proceskosten worden niet vergoed. Eiser kan nog in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Deze uitspraak betreft de toepassing van de Wet WIA, WW en ZW en de beleidsregel terug- en invordering van het UWV. De zaak illustreert het strikte toetsingskader voor kwijtschelding van terugvorderingen van onverschuldigde uitkeringen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van het kwijtscheldingsverzoek door het UWV wordt ongegrond verklaard.