ECLI:NL:RBMNE:2025:5093
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling dagloon WW-uitkering ongegrond verklaard
Eiseres was sinds maart 2020 in dienst bij een werkgever en meldde zich in september 2023 ziek. Na beëindiging van haar ZW-uitkering vroeg zij in oktober 2024 een WW-uitkering aan. Het UWV stelde het dagloon aanvankelijk vast op €120,93, na bezwaar werd dit aangepast naar €122,12. Eiseres betwistte de hoogte van het dagloon en stelde dat haar werkgever een hoger dagloon (€155,04) had berekend.
De rechtbank overwoog dat het UWV het dagloon berekent op basis van het sociale verzekeringsloon in de referteperiode, waarbij ziekteperiodes worden opgehoogd naar 100%. Het UWV gebruikte gegevens uit de polisadministratie en hield rekening met de bezwaarprocedure. Eiseres kon geen betrouwbare bewijsstukken overleggen die de juistheid van deze gegevens betwistten.
Hoewel de lagere WW-uitkering voor eiseres financieel nadelig is, is dit onvoldoende om het besluit onjuist te verklaren. De rechtbank concludeert dat het UWV het dagloon juist heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van het dagloon voor de WW-uitkering is ongegrond verklaard.