Uitspraak
17.2132 WW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het loonbegrip.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene vroeg op 28 december 2015 een WW-uitkering aan. Het UWV stelde het dagloon vast zonder de netto uitgekeerde eindejaarsuitkering mee te rekenen, omdat deze volgens de CAO als netto reiskostenvergoeding werd uitbetaald. De rechtbank oordeelde anders en stelde dat de eindejaarsuitkering wel tot het dagloon behoorde, omdat het feitelijk verkapt loon was.
In hoger beroep stelde het UWV dat de netto uitbetaling een eindheffingsbestanddeel is volgens de Wet op de loonbelasting 1964 en daarom niet tot het SV-loon en dagloon behoort. De Centrale Raad van Beroep volgde dit standpunt en vernietigde het vonnis van de rechtbank. De Raad stelde vast dat het UWV mocht uitgaan van de polisadministratie tenzij betrokkene onjuistheid aantoonde, wat hier niet het geval was.
De Raad concludeerde dat de netto uitbetaalde eindejaarsuitkering terecht niet in de polisadministratie is opgenomen en dat het beroep van betrokkene ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het bestreden besluit van het UWV bevestigd.
Uitkomst: De netto uitbetaalde eindejaarsuitkering behoort niet tot het dagloon en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.