ECLI:NL:RBMNE:2025:5156

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 augustus 2025
Publicatiedatum
2 oktober 2025
Zaaknummer
11793477 MC EXPL 25-4019
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering huurrechtelijke kosten bij verstek

De kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft op 13 augustus 2025 een verstekvonnis gewezen in een civiele zaak betreffende huurrechtelijke kosten. De eisende partij had een vordering ingesteld tegen de gedaagde partij, die niet is verschenen en geen uitstel heeft gevraagd.

De kantonrechter heeft de vordering van de eisende partij toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond was. De gedaagde partij is veroordeeld tot betaling van een bedrag van €419,26 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 24 juni 2025, alsmede de proceskosten van €358,45. Tevens is het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

De beslissing bevat een specificatie van de kosten, waaronder dagvaarding, griffierecht, salaris gemachtigde en nakosten. Het meer of anders gevorderde is afgewezen. Indien de gedaagde niet tijdig betaalt, komen ook de kosten van betekening voor zijn rekening.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €419,26 plus rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
zaaknummer: 11793477 MC EXPL 25-4019

Verstekvonnis d.d. 13 augustus 2025

inzake
[eisende partij]
wonende te [woonplaats]
gemachtigde KLANT incasso & debiteurenbeheer
eisende partij,
tegen
[gedaagde partij]
wonende [adres]
[woonplaats]
gedaagde partij,
niet verschenen.

De overwegingen van de kantonrechter

De eisende partij heeft een vordering ingesteld.
De gedaagde partij heeft niet (tijdig) geantwoord en evenmin uitstel gevraagd, zodat tegen deze verstek is verleend
De vordering zal, nu deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, bij verstek worden toegewezen.
De gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 145,45
- griffierecht € 90,00
- salaris gemachtigde € 82,00 (1 punt(en) x tarief € 82,00)
- nakosten
€ 41,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 358,45.

De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen € 419,26, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2025 tot de voldoening;
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 358,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2025.
Grosse afgegeven aan de gemachtigde van de eisende partij d.d.
13 augustus 2025