De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds 2021 onder toezicht staat en sinds 2024 uithuisgeplaatst is.
De minderjarige verblijft momenteel in een jeugdhulpinstelling en wordt nog steeds ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Er zijn grote zorgen over haar veiligheid en welzijn, mede door zorgelijk gedrag en eerdere incidenten. De minderjarige volgt traumatherapie en staat op de wachtlijst voor de genderpoli.
De moeder stemt in met de verlengingen, terwijl de minderjarige zelf de uithuisplaatsing niet noodzakelijk acht. De vader is niet verschenen en heeft geen standpunt kenbaar gemaakt.
De kinderrechter oordeelt dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk blijven om de veiligheid en stabiliteit van de minderjarige te waarborgen. Een vrijwillig kader of gezagsbeëindiging zijn niet in haar belang. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de verlengingen gelden tot 11 februari 2026.