Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 september 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , gemeente [gemeenteplaats] , eiser,
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeenteplaats] , verweerder
Procesverloop
16 januari 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Overwegingen
m²-prijs van de referentiewoningen. Hier zit namelijk € 1.580,- per m² verschil tussen. Voor de gehele opstal is dit € 196.000,-. Ten aanzien van het eventuele gebruik van staalslakken bij de herbestrating van het [locatie] merkt de heffingsambtenaar op dat dit, aangezien er ook twee referentiewoningen aan het [locatie] voor de onderbouwing gebruikt zijn, dit in de verkoopprijzen is verdisconteerd. Daarnaast merkt de heffingsambtenaar nog op dat de stellingen van eiser niet worden onderbouwd met objectieve, verifieerbare gegevens. De rechtbank kan de heffingsambtenaar hierin volgen. De beroepsgronden slagen niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 september 2025.