Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de officier van justitie: mr. B. Nitrauw;
- de advocaat van de verdachte: mr. R. van Rhijn, waarnemend voor zijn kantoorgenoot mr. B.H.J. van Rhijn;
- de benadeelde partij: [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] );
- de advocaat van de benadeelde partij: mr. L. van Gaalen - van Beuzekom.
2.Tenlastelegging
bijlage Ibij dit vonnis.
3.Bewijs en bewezenverklaring
bijlage II.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf en maatregel
6.In beslag genomen voorwerpen
7.Vordering benadeelde partij
8.Toegepaste wetsartikelen
9. De beslissing
van 10 (tien) maanden;
4 (vier) maanden,
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
2 (twee)jaren vast;
algemene voorwaardegeldt dat verdachte:
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
bijzondere voorwaarden:
Meldplicht
Ambulante behandeling
dadelijk uitvoerbaarzijn;
- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van
- beveelt dat verdachte zich onthoudt van contact op elke wijze - direct of indirect - met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 in [geboorteplaats 2] ;
dadelijk uitvoerbaaris.
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, te weten € 22.750,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2024 ten aanzien van een bedrag van € 17.750,- en vanaf 31 mei 2022 ten aanzien van een bedrag van € 5.000,- tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 22.750,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2024 ten aanzien van een bedrag van € 17.750,- en vanaf 31 mei 2022 ten aanzien van een bedrag van € 5.000,- tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald, bij niet betaling aan te vullen met 148 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
A: Dat wat zij had verteld waar was. Ik zei dan: ' [slachtoffer] vertelt dit of dat' en dan zei hij: 'Ja, dat klopt.' [9]