ECLI:NL:RBMNE:2025:5512

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 oktober 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
25/4892
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Verzoekster heeft op 19 augustus 2025 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland. Volgens artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient bij een dergelijk verzoek griffierecht te worden betaald, in dit geval € 385,-.

De rechtbank heeft verzoekster op 27 augustus 2025 aangetekend verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen. Deze brief is op 29 augustus 2025 bezorgd. Ondanks deze aanmaning heeft de rechtbank het griffierecht niet (op tijd) ontvangen.

Gezien het ontbreken van een geldige reden voor niet-betaling, verklaart de rechtbank het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. De zaak wordt niet inhoudelijk behandeld en er is geen vergoeding van proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 25/4892

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 oktober 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemnes, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek om voorlopige voorziening dat verzoekster op
19 augustus 2025 heeft ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoekster heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 385,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoekster niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft verzoekster op 27 augustus 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoekster het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is volgens de Track and Trace van PostNL op 29 augustus 2025 bezorgd.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Het verzoek zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.