Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiseres sub 1],
[eiser sub 3.2],
Rechtbank Midden-Nederland
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de omgevingsvergunning voor het tijdelijk gebruik van een kantoorpand in Leusden als opvanglocatie voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Het college van burgemeester en wethouders verleende de vergunning, trok deze kort daarna in, maar herstelde het besluit vervolgens. Eisers, omwonenden en belanghebbenden, stelden beroep in tegen het besluit.
De rechtbank beoordeelde of het college de vergunning terecht had verleend, met name gelet op het bestemmingsplan, geluidsoverlast en het gemeentelijke transformatiebeleid. De rechtbank oordeelde dat het college terecht beleidsruimte heeft benut om af te wijken van het bestemmingsplan en dat de tijdelijke opvanglocatie niet onder de richtafstanden voor geluid valt vanwege het gemengde gebied en de aard van de functie.
Verder stelde de rechtbank vast dat het college op grond van artikel 4:84 Awb Pro terecht van het transformatiebeleid kon afwijken vanwege bijzondere omstandigheden, zoals het urgente tekort aan opvangplekken en het tijdelijke karakter van de vergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarbij de rechtbank ook het belang van het veiligheidsplan en de inspanningen van het COA om overlast te beperken benadrukte.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de tijdelijke opvanglocatie is ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.